Er was eens… Halloween (en verhalen die niet zo lief zijn)
Het is eind oktober, de etalages hangen vol spinnenwebben en de jongste roept om elke hoek van het huis ‘Boe!’, met een dekentje over haar hoofd. De oudste heeft intussen alle verhalen over monsters en spoken weer uit de boekenkast gehaald… Griezelen op de mat gegarandeerd!
Het is altijd leuk om elkaar voor de grap bang te maken, maar zeg eens eerlijk: hoeveel van ons griezelen nog een beetje bij de gedachte aan de verhalen uit onze kindertijd? Ouders die hun kinderen achterlaten in het bos, een heks die hen wil opeten, een rondsluipende reus… Die oude klassiekers waren niet bepaald geruststellend! Moeten we zulke soms heftige verhalen dan nog wel aan onze kleintjes vertellen? Of helpen die monsters juist om angsten te leren hanteren?
De sprookjes van Perrault en de gebroeders Grimm komen oorspronkelijk voort uit volksverhalen die van generatie op generatie werden doorgegeven. Het leven op het platteland was vroeger niet altijd rozengeur en maneschijn, en sommige verhalen dienden dan ook als waarschuwing voor kinderen. Maar de wolf, de reus en de heks zijn er niet alleen om ons de stuipen op het lijf te jagen. Ze staan ook voor angsten die kinderen (en soms volwassenen!) maar al te goed kennen: verlaten worden, dierbaren verliezen of in je eentje tegenover gevaar staan.
In een sprookje krijgen angsten een plek, maar dan in een fantasiewereld, zodat ze op afstand blijven. En het voorlezen gebeurt op een vertrouwde plek, lekker tegen een ouder aangekropen: een draak in een boek trotseren is nu eenmaal makkelijker dan eentje onder je eigen bed! Bovendien worden verhalen steeds opnieuw voorgelezen (en nóg een keer, en nóg een keer!). Je weet wanneer de wolf opduikt, ziet de ontmoeting met de heks aankomen en weet dat de held zal winnen. Het kind blijft even geboeid, maar voelt zich meer in controle: het kent de afloop al.
Wat we ook zo mooi vinden aan sprookjes, is dat de held niet altijd de sterkste is. Klein Duimpje is piepklein, Hans en Grietje zijn kwetsbaar en worden in het bos achtergelaten… en toch vinden ze een manier om zich te redden. Dat is (tot op zekere hoogte!) een geruststellende gedachte: ook als je klein bent, kun je moedig, slim en vindingrijk zijn. Ja, er zijn monsters in verhalen, maar die winnen lang niet altijd.
Hoe kies je dan het volgende verhaal? Ieder kind heeft op elke leeftijd zijn eigen tempo. De een houdt al van spanning, terwijl de ander meer tijd nodig heeft. En natuurlijk dring je niet aan als een verhaal niet goed valt.
Voor de allerkleinsten zijn kiekeboespelletjes soms al genoeg. Zo leren ze dat een personage dat verdwijnt nooit ver weg is: misschien zit het gewoon achter het volgende flapje!
Op de kleuterschool kunnen kinderen hun angst leren hanteren met verhalen die grappig aflopen of waarin de slechteriken een beetje belachelijk zijn… Dan is het gevaar al snel geweken. Vanaf een jaar of zes genieten sommige kinderen al van spannende verhalen en echte rillingen, alleen of samen met iemand. Probeer goed naar je kind te luisteren en wissel af tussen klassiekers en nieuwe verhalen. Sprookjes die je laten griezelen, prentenboeken die clichés op hun kop zetten: praat er gerust samen over als het boek dicht is.
Gelukkig liggen bibliotheken en boekwinkels vol schatten, zodat iedereen een boekenkast kan samenstellen die bij het gezin past. En onze zachte dekentjes blijven perfect om lekker dicht tegen elkaar aan te kruipen en samen verhalen te lezen.